God, haat en geweren

“In Europa wordt Bush afgeschilderd als een absolute domoor, een sufferd die niets weet van de wereld om zich heen. Dat is evenwel een ernstige onderschatting van George W. Een intellectueel is hij zeker niet, een visionair denker evenmin… Maar zoals Ronald Reagan zit hij op de golflengte van een groot deel van het Amerikaanse publiek.” De Vlaamse journalist Paul de Bruyn (geb. 1954), chef buitenland van ‘Gazet van Antwerpen’, stelt vlakaf dat de Texaan George W. Bush de “perfecte” president is van het hedendaagse Amerika. Hij incarneert wat het nieuwe en zelfbewuste Zuiden in de Amerikaanse politiek heeft gebracht en vormt de ultieme weerwraak van het tijdens de Secessieoorlog in 1861-1865 vernederde Zuiden op het intellectuele, hooghartige, “Europese” Noorden.

De publicatie van Paul de Bruyn is de zoveelste in een lange rij over de Verenigde Staten sinds het aantreden van George W. Bush en de gebeurtenissen van 11 september 2001. De focus van De Bruyn ligt echter anders: het is hem niet te doen om de vertroebelde relatie van de Verenigde Staten met de buitenwereld, maar om de weergave van de Amerikaanse mentaliteit en de achtergronden van Bush’ presidentschap. Aan zo’n boek is zeker nood. Er wordt in Europa verbijsterd en vol onbegrip gekeken naar de weinig verfijnde cowboy Bush, die allerlei internationale verdragen of afspraken negeert of opblaast (het ABM-verdrag, het verdrag tegen landmijnen, het kinderrechtenverdrag, het Internationaal Strafhof, de Kyoto-akkoorden) en intussen naarstig verderwerkt aan een afweerschild tegen raketten in de ruimte. De Bruyn slaagt er op een zeer subtiele en deskundige wijze in de typisch zuidelijke manier van denken van de Verenigde Staten – waarin Bush’ beleid is geworteld – te beschrijven en te verklaren. Hij wordt daarbij geholpen door een zeer vlotte en toegankelijke schrijfstijl, eigen aan een goed journalist. Bovendien kent hij zijn onderwerp door en door en vertoont hij een interessante ambiguïteit tegenover het Amerikaanse Zuiden, die de lectuur boeiend en spannend maakt. Hij heeft affiniteit met het zuiderse, weidse Lucky Luke-gevoel en bewondert de muzikale (bakermat van de rock-’n-roll), literaire (Faulkner, Styron) en cinematografische kracht (‘Mississippi Burning’, ‘The chase’) van de regio. Anderzijds heeft hij een afkeer voor het diepgewortelde racisme (Ku Klux Klan), het religieus fundamentalisme, de aanhankelijkheid aan de doodstraf, de vrije wapenhandel, de morele bekrompenheid.

God, haat en geweren valt uiteen in een chronologisch en een thematisch gedeelte. In de eerste drie hoofdstukken overloopt De Bruyn de geschiedenis van de elf zuidelijke staten die de burgeroorlog in 1861 ontketenden: Virginia, North en South Carolina, Tennessee, Georgia, Alabama, Mississippi, Arkansas, Florida, Louisiana en Texas. Daarna volgen acht thematische hoofdstukken over de rassenrelaties in het huidige Zuiden (‘Gescheiden en ongelijk’), over het rechtse patriottisme (Timothy McVeigh), over de wapenobsessie (‘Mijn revolver, mijn vrijheid’), over christelijk rechts (fenomeen van de tv-predikanten), over de botsende culturen tussen dorps Amerika (in het Zuiden) en de elitaire stedelingen (in het Noorden) en de heksenjacht op Clinton, over de toenemende dominantie van het Zuiden op het Noorden zowel economisch, politiek als cultureel, over de reductionistische, unilaterale buitenlandse politiek (‘Wij tegen hen’) en ten slotte over George W. Bush zelve. De knappe publicatie sluit af met een een beknopte bibliografie én een personenregister.

Gunter Bousset (Leesidee) – 1/2003