Mijn toppers van 2017

Als schrijver probeer ik ook steeds zo veel mogelijk te lezen, de jongste jaren vooral (Engelstalige) misdaadromans. Ondanks de onvermijdelijke ontgoochelingen (met als grootste jammer genoeg Since We Fell van Dennis Lehane) was de oogst van het afgelopen jaar toch rijk genoeg. Enkele van de grootste namen waren in vorm en dat maakt het bijna een grand cru-jaar.

Michael Connelly: Two Kinds of Truth (Orion)

Michael Connelly - Two Sides of the Truth

In de wereld van de misdaadroman heb je Michael Connelly en de rest. Connelly geldt algemeen als de grootste misdaadschrijver van zijn generatie. Dat beroemdheden als Mick Jagger of Bill Clinton zich tot zijn fans rekenen is geen toeval. Hij dankt die verdiende reputatie in de eerste plaats aan de reeks waarmee hij destijds debuteerde, die rond detective Harry (Hieronymus) Bosch van de politie van Los Angeles. Ondertussen begint Bosch wat op leeftijd te komen (hij is nu 67) en werkt hij niet meer voor de LAPD, maar voor het korps van San Fernando, de kleine stad die helemaal omgeven is door LA. Hij houdt zich daar hoofdzakelijk bezig met cold cases, onopgeloste zaken die stof slikken in de archieven. Maar in dit geval is het een zaak uit zijn eigen verleden die onverwachts opduikt. Als een man die dertig jaar geleden door toedoen van Bosch is veroordeeld wegens moord probeert te ontsnappen aan Death Row, wordt Bosch meegezogen in een kluwen waarin zijn integriteit direct in twijfel wordt getrokken en zijn carrière op een dieptepunt dreigt te eindigen.

Wat volgt is een onvervalste Connelly met alle kenmerken die zijn boeken zo typeren: een feilloos opgezet plot waarbij hij stap voor stap opbouwt naar de climax, sterke dialogen, realistische, geloofwaardige situaties en onvergetelijke personages, met centraal de altijd intrigerende Bosch en zijn halfbroer Micky Haller, die hem in deze moeilijke uren moet bijstaan. Zoals steeds overstijgt Connelly het pure misdaadverhaal. Macht en hoe die (negatief) inwerkt op mensen, blijft een van zijn favoriete thema’s. Daarbij komt nog een brok actualiteit. Doordat Bosch ook betrokken wordt bij het onderzoek naar de moord op een apotheker en zijn zoon maakt Connelly daarvan gebruik om de massale verslaving van de Amerikanen aan pijnstillers en medicijnen – door president Trump uitgeroepen tot de zwaarste crisis in het land – aan te kaarten.

Bosch concludeert dat er in het leven twee soorten waarheden zijn (vandaar de titel): een fundamentele, onwrikbare waarheid die je in je binnenste meedraagt en een die door politici of advocaten gemanipuleerd kan worden naarmate het hen goed uitkomt. Zonder dat hij ooit bij naam wordt genoemd, is dit een duidelijke verwijzing naar de persoon die nu in het Witte Huis zit.

Misschien is deze Bosch niet van het niveau van Connelly’s beste als The Poet, The Scarecrow of The Lincoln Lawyer, maar geen enkel van zijn boeken ontgoochelt ooit en op de Bosch-reeks zit nog lang geen sleet.


Michael Connelly: The Late Show (Orion)

Michael Connelly - The Late Show

Connelly-fans werden het afgelopen jaar verwend, want hij bracht twee boeken uit en met het eerste introduceerde hij meteen een nieuw hoofdpersonage: detective Reneé Ballard van de politie van LA. Ze klopt er de vaste nachtdienst, bijgenaamd The Late Show, waar ze gedropt is nadat ze een klacht over seksuele intimidatie heeft ingediend tegen haar rechtstreekse chef. Tijdens een van die nachten krijgt ze te maken met de moordpoging op een transgender prostituee en moet ze assistentie verlenen bij het afhandelen van een schietpartij waarbij vijf doden zijn gevallen. Zoals te verwachten was, beginnen de twee verhaallijnen dooreen te lopen en meer nog dan de nieuwste Bosch dendert dit boek voort in een sneltreinvaart. Ballard heeft geen seconde rust.

Dit is Connelly op zijn best. Volkomen moeiteloos bouwt hij weer op naar zijn ontknoping. En net op het moment dat je denkt dat je die van net iets te ver hebt zien aankomen en dat een zekere desillusie laat, geeft hij er nog een laatste schitterende twist aan.

Met dit boek is het even wennen omdat je na al die jaren zo vertrouwd bent geraakt met Harry Bosch, maar de logica van een nieuw personage is duidelijk. Bosch is al wat ouder geworden en het is niet voor de hand liggend dat hij nog lang doorgaat. Ooit moet er een dag komen dat Connelly zijn favoriete held aan de kant schuift. Hoewel hij zelf zegt dat dit niet het einde van Bosch is, is dit vermoedelijk toch een eerste stap in die richting.

Ballard heeft veel van Bosch. Ook zij is een gedreven outsider die het liefst op eigen houtje werkt en zo geregeld tegen zere schenen trapt. Het is een sterk personage, allesbehalve eendimensionaal en psychologisch mooi uitgetekend. Dit wordt een reeks om te volgen.


Robert Harris: Munich (Hutchinson/Penguin Random)

Robert Harris - Munich‘Master of the intelligent thriller’, zo bestempelt The Times Robert Harris en dat is niet overdreven. Weinigen kunnen met zo veel oog voor detail en zo veel finesse historische gebeurtenissen weer tot leven laten komen of als basis laten dienen voor fictieve verhalen. Zoals Philip Kerr situeert Harris zijn boeken graag in nazi-Duitsland of in de Tweede Wereldoorlog (Fatherland, Enigma) en is hij even goed gedocumenteerd.

De brede context van dit boek is de missie van de Britse premier Neville Chamberlain in september 1938 naar München om er Adolf Hitler te ontmoeten en alsnog een oorlog over het door de Duitsers opgeëiste Sudetenland te vermijden. In de marge daarvan zoeken de (fictieve) hoofdpersonages Hugh Legat en Paul von Hartmann jaren na hun studies opnieuw contact met elkaar. Legat maakt als diplomaat deel uit van de Britse delegatie, de aristocraat Hartmann is lid van de Oster-groep, die tijdens Chamberlains bezoek hoopt Hitler te kunnen uitschakelen. Tezelfdertijd wil hij proberen zijn Britse vriend de plannen te overhandigen van wat Hitler werkelijk van plan is in Europa.

Fictie en feiten lopen door elkaar in het soort intrigerende mix waarvan Harris zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zelfs al is het belangrijkste verhaalelement verzonnen, net zoals bij het lezen van Fatherland vraag je je spontaan af “wat als…” en dat is iets wat alleen de beste fictie kan bereiken.


Peter James: Need You Dead (Macmillan)

Peter James - Need You DeadHet meest recente deel van de al lang lopende serie rond hoofdinspecteur Roy Grace van de politie van Brighton is James’ beste sinds jaren. Grace wordt belast met het onderzoek naar de moord op een vrouw. Maar wat aanvankelijk een routinezaak blijkt met een duidelijke hoofdverdachte, evolueert via verrassende wendingen al snel tot een sinistere intrige, waarin Grace enkele onaangename vaststellingen doet.

Peter James haalt nooit het niveau van een Michael Connelly (en dat is geen schande, want wie haalt dat wel?) en hij is niet de grootste verteller, maar je moet hem lezen en appreciëren om zijn echte sterkten. Hij heeft uitstekende contacten bij de politie en dat blijkt uit al zijn boeken. Niemand beschrijft op een zo geloofwaardige manier politieprocedures als hij.


Philip Kerr: Prussian Blue (Quercus)

Philip Kerr - Prussian BlueHet twaalfde boek in de schitterende reeks van de Schotse schrijver Philip Kerr over de Berlijnse commissaris Bernie Gunther en diens belevenissen tegen de achtergrond van het nazi-regime. Op meesterlijke manier slaagt Kerr er telkens in zijn fictieve sardonische antiheld neer te zetten in historische gebeurtenissen. Dit keer moet Gunther een moord op de Berghof van Hitler onderzoeken kort voor de Führer er zijn verjaardag komt vieren. Dat deel van het boek speelt in 1939 en het wordt doorlopend subliem verweven met het tweede, dat in 1956 speelt en waarin Gunther op de hielen wordt gezeten door Erich Mielke, de beruchte chef van de Oost-Duitse Stasi. Zoals in alle boeken van de reeks is het plot ijzersterk, maar vooral de rijkdom aan details en de typering van de figuren die echt hebben bestaan maken het een plezier om te lezen. Kerrs research is zo grondig en zo juist dat zijn boeken bijna tijdsdocumenten zijn en gelezen kunnen worden als een soort alternatieve geschiedschrijving. Wie eenmaal van een Bernie Gunther geproefd heeft, is voor altijd verslaafd.


Joseph Knox: Sirens (Doubleday)

Joseph Knox - SirensDebuut van Joseph Knox, tot dan de inkoper van misdaadromans bij boekenketen Waterstones. Aidan Waits, een uit de gratie gevallen detective van de politie in Manchester, krijgt de opdracht te infiltreren in het drugsmilieu in de stad om het imperium van Zain Carver te helpen oprollen. Zo kan hij zijn reputatie weer wat opkrikken. Ondertussen wordt hij ook door de invloedrijke politicus David Rossiter gevraagd zijn verdwenen tienerdochter Isabelle terug te vinden. Als de twee zaken al snel met elkaar te maken blijken te hebben, begint een donkere tocht door de achterbuurten waarin Waits steeds verder op drift lijkt te slaan. Nooit is Manchester zo angstaanjagend geweest als in dit rauwe en realistische verhaal.


John Le Carré: A Legacy of Spies (Penguin/Viking)

John Le Carré - A Legacy of SpiesWanneer de Britse Secret Intelligence Service (vaak ook MI6 genoemd) door de nabestaanden van Alec Leamas en Liz Gold wordt gedagvaard voor de dood van hun ouders bij de Berlijnse Muur in 1962, kan Le Carré nog één keer enkele van zijn favoriete oude helden zoals Peter Guillam en George Smiley opvoeren. In zekere zin herneemt dit boek zijn magistrale The Spy Who Came in from the Cold waarmee hij in 1963 beroemd werd terwijl ook echo’s van dat andere meesterwerk Tinker, Tailor, Soldier, Spy (1974) doorklinken. De beschuldigingen die hem ten laste worden gelegd, roepen voor Guillam (een soort alter ego van Le Carré) herinneringen op aan zijn leven als spion en zijn oude baas George Smiley. Door over en weer te gaan tussen verleden en heden groeit het boek uit tot een bij momenten bijna poëtische, mijmerende afsluiter van Le Carré’s vroegere werk. Helemaal op het einde bekent George Smiley voor wie hij altijd zijn spionagewerk heeft gedaan. En het is niet de Britse regering. Met die onthulling steekt de intussen 86-jarige Le Carré een stevige middelvinger op naar Theresa May en de hardliners van de Brexit.


Alex Marwood: Their Darkest Secret (Sphere)

Alex Marwood Darkest SecretDe driejarige Coco verdwijnt spoorloos tijdens het vijftigste verjaardagsfeest van haar vader in augustus 2004. Twaalf jaar later sterft de vader, de steenrijke projectontwikkelaar Sean Jackson, in niet zo verkwikkelijke omstandigheden in een luxe hotel in Londen. Aan die twee gebeurtenissen hangt Alex Marwood, pseudoniem van de Britse journaliste en romanschrijver Serena Mackesy, haar boeiende derde thriller op.

Wat is er precies gebeurd met Coco, blijft de hele tijd de beklemmende vraag die Marwood mondjesmaat onthult. Ze bouwt haar verhaal op door afwisselend een deel van het fatale weekend te vertellen vanuit het standpunt van een van de aanwezigen, afgewisseld met de voorbereiding van de begrafenis. Dat deel wordt verteld door Milly, een van de dochters uit Jacksons eerste huwelijk. De formule werkt subliem. Marwood slaagt erin de spanning tot het einde te bewaren. Zeker even sterk is de manier waarop zij haar personages uittekent. De typeringen van een stuitend rijk, amoreel gezelschap snobs met al hun hebbelijkheden zijn haarscherp. Een extra bonus zijn de sneren naar politici, beroemdheden of de schandaalpers, of heerlijke snippers maatschappijkritiek, wat het boek soms tot een bijtende satire maakt. Echo’s van de mysterieuze verdwijning van de Britse peuter Maddie McCann in 2007 in Portugal klinken zeker door en bij momenten is de sfeerschepping van What a Carve-Up van Jonathan Coe waarin een even amoreel gezelschap (“They’re not monsters you know. Not really.”) wordt neergezet, niet ver weg. Dit boek ademt Britishness. Fans van dat soort dingen, moeten dit zeker lezen.


Peter Robinson: When The Music’s Over (Hodder & Stoughton)

Peter Robinson - When the Musics OverVeel meer dan de boeken van William Shaw of Stuart Neville zijn die van Peter Robinson over inspecteur Alan Banks klassieke politieverhalen. Dit keer krijgt de inmiddels tot DSI (Detective Super Intendent) benoemde Banks te maken met een al vijftig jaar oude zaak wanneer een dichteres onthult dat ze destijds is verkracht door een bekende tv-presentator. De rest van zijn team is bezig met het onderzoek naar de moord op een 14-jarig meisje uit een achterafbuurt.

Met de keuze van zijn onderwerp pikt Robinson natuurlijk in op recente onthullingen over het vaak niet fraaie leven van bekende figuren uit de showbusiness, maar het boek komt nooit gemaakt over. Het is integendeel een sterke, geloofwaardige thriller die stap voor stap naar zijn climax gaat. Robinson is ook erg goed op de hoogte van de politieprocedures en schetst die in detail zonder dat het vervelend wordt.

Wie Robinson kent, weet dat zijn boeken steeds twee bonussen hebben. Hoewel hij al lang in Canada woont, hanteert hij het mooie landschap van zijn geboortestreek Yorkshire als een onmisbaar decorelement dat blijft beklijven. Hij is ook een geweldige muziekkenner, zowel van klassiek als rock en jazz. Als Banks in zijn veranda naar zijn platencollectie zit te luisteren, krijg je telkens een heerlijk stukje muziekgeschiedenis voorgeschoteld.


William Shaw: Sympathy for the Devil (Riverrun/Quercus)

William Shaw Sympathy for the DevilNa de sterke standalone The Birdwatcher (2016) herneemt William Shaw zijn reeks rond de Londense politiemensen Cathal Breen en Helen Tozer. Opnieuw speelt dit boek aan het einde van de jaren 1960 in Swinging Londen, de hoofdstad van de rockcultuur, dit keer specifiek de dood van voormalig Rolling Stones-gitarist Brian Jones in 1969 en het gratis openluchtconcert dat de Stones ter nagedachtenis van hem speelden in Hyde Park. Een jonge vrouw die nogal erg goede contacten had in het rockmilieu wordt vermoord gevonden en de politie staat aanvankelijk voor een raadsel.

De titel is een verwijzing naar het gelijknamige nummer van de Stones op het album Beggars Banquet – het laatste waarop Jones meespeelde. Als voormalig rockjournalist kent Shaw pittige details uit het leven van de groten en strooit hij die ook graag rond. Zo zien Breen, Tozer en hun vrienden Eric Clapton samen met een zeventienjarig meisje aankomen op het concert. Ze zou zijn vriendin zijn. Meer wordt over haar niet gezegd. Haar naam wordt nooit genoemd, maar het gaat natuurlijk om Alice Ormsby-Gore, de dochter van Lord Harlech, een vertrouweling van de Britse koningin en onder meer Brits ambassadeur in Washington, die een relatie met Clapton begon toen ze vijftien was, door hem aan de heroïne raakte en totaal verpauperd op 42-jarige leeftijd stierf in 1995. Door details als dit bestempelt The New York Times de boeken van Shaw als ‘an elegy for an entire alienated generation’.