‘Bush wil het werk van zijn vader afmaken’

Journalist Paul De Bruyn over het Amerikaanse en het Europese Amerika

God, haat en gewerenIn zijn jongste boek legt Amerika-kenner Paul De Bruyn de ziel van de zuiderlingen in de Verenigde Staten bloot. Dat zuiden is ook de bakermat van het Amerika dat Europa doet huiveren. Hoezo?

Het zal je maar overkomen als Amerika-specialist. Precies op die fatale 11de september 2001 reed Paul De Bruyn naar het zonnige zuiden voor een welverdiende vakantie. De buitenlandjournalist van de Gazet van Antwerpenwas al diep in Frankrijk toen hij via de autoradio vernam dat “ook de tweede WTC-toren was ingestort”. Als journalist had hij maar een keuze: rechtsomkeer maken, snel terug naar Antwerpen, naar de redactie.

De Bruyn heeft de Verenigde Staten (VS) de afgelopen twintig jaar in alle richtingen doorkruist en kent het land door en door. Van een haat-liefdeverhouding is er niet echt sprake. Wanneer hij over de VS schrijft of spreekt, voel je dat hij van het land houdt. Maar van de Amerikaanse president George W. Bush moet hij niets hebben. In zijn jongste boek God, haat en gewerenpeilt hij naar de ziel van de zuiderlingen die het onder Bush in Washington voor het zeggen hebben.

Sommige Europeanen zien de VS als een monoliet. Maar volgens u is er meer dan één Amerika.

“In grote lijnen heb je er twee. Het Amerika van het noordoosten, tot aan de industriestaten Illinois en Wisconsin, vormt samen met de Westkust het kosmopolitische gezicht van de VS. Dat is het ‘Europese Amerika’, zo je wil. De mensen hebben een internationaal paspoort en lezen The Washington Post of The New York Times.

Daarnaast heb je het ‘Amerikaanse Amerika’. Het hartland van de VS is provinciaal en heeft de blik naar binnen gericht. Het is het Amerika van de cowboyboots en de pickup trucks.”

In uw boek focust u vooral op de elf staten van het zuidoosten, van Virginia nabij Washington tot Texas. Waarom?

“Die staten vormen door hun gemeenschappelijke geschiedenis een eenheid die hen onderscheidt van de rest van provinciaal Amerika. Voor de burgeroorlog van 1861-1864 behielden ze de slavernij en gaven ze blijk van een diepgewortelde afkeer voor ‘Washington’. Na hun nederlaag in de burgeroorlog behielden deze zuiderlingen een diepe band, ook door de vernederende ‘reconstructie’-politiek na die oorlog. Na de afschaffing van de slavernij slaagden ze erin de raciale segregatie te behouden.

Daarvoor werden ze, een eeuw na de burgeroorlog, in de jaren 1960 nogmaals geschandvlekt. Tegelijkertijd begonnen ze aan hun demografische en economische opgang. En nu zijn ze dominant in de Amerikaanse politiek.”

Mildert daardoor hun traditionele afkeer voor ‘Washington’ en de noorderlingen?

“Die indruk heb ik niet, integendeel. Nu bezitten ze de macht om die afkeer nog sterker in de verf te zetten.”

Mag je het kosmopolitische Amerika associëren met de democratische partij en het provinciale Amerika met de republikeinen?

“Zo simpel is het niet. Het zuiden was na de burgeroorlog honderd jaar lang in handen van de democraten. Abraham Lincoln, president ten tijde van de burgeroorlog, was immers een republikein en de gehate reconstructie-politiek was ook al het werk van de republikeinen.

Pas in 1964 bracht de radicale conservatief Barry Goldwater het zuiden met succes in republikeins vaarwater. De democraten betaalden de prijs voor het toekennen van de burgerrechten aan zwarten. De toenmalige democratische president Lyndon B. Johnson, opvolger van de vermoorde John F. Kennedy, was zich daar goed van bewust. ‘Dit zal ons minstens een generatie lang van de macht houden,’ zei hij tegen intimi.”

Het rassenvraagstuk is een fundamenteel gegeven in de Amerikaanse geschiedenis. Ook vandaag nog?

“Ongetwijfeld. Enkele schrijnende symbolen maken dat duidelijk. Een blanke jury sprak de politieagenten van Los Angeles vrij die de zwarte Rodney King hadden afgetuigd. Enkele uren daarna barstte het geweld los in de zwarte wijken van LA.

Omgekeerd sprak een zwarte jury acteur en football-ster O.J. Simpson vrij van moord op zijn blanke vrouw, hoewel het bewijsmateriaal overweldigend was.

De Amerikaanse Harvard-professor Randall Kennedy veroorzaakte onlangs nog een polemiek met zijn studie over het scheldwoord ‘nigger’. Het probleem sluimert en blijft heel gevoelig.”

De opkomst van christelijk rechts beschouwt u als een van de belangrijkste ontwikkelingen van de jongste decennia. Waarom?

“Tv-evangelisten als Jerry Falwell en Pat Robertson oefenen een ongelooflijke invloed uit. Ik heb enkele van hun meetings bijgewoond en als katholiek gelovige kwam ik onder de indruk van de haatgevoelens die in dergelijke protestants-evangelische groepen leven. Haat tegen het noorden, tegen alles wat niet-Amerikaans is, tegen andere godsdiensten zoals de islam en het jodendom, maar ook tegen de katholieke kerk.

De fundamentalistische Bob Jones Universiy bestempelt de paus als de aartsbisschop van Satan. Christelijk rechts – een verzamelnaam voor verschillende stromingen – is ook tegen de gelijkheid van mannen en vrouwen. De vereniging Concerned Women for America van advocate Beverly LaHaye die uit bijbelse overwegingen de seksegelijkheid verwerpt, telde ooit bijna een miljoen leden.”

U bestempelt president Bush als een voorman van deze stroming. Is hij niet veeleer hun speelbal?

“Neen. Bush is zelf een ‘born again christian’ en is heel gevoelig voor het discours van christelijk rechts, en niet alleen om politieke redenen. Op dat punt verschilt hij van Ronald Reagan. Die moest tijdens zijn verkiezingscampagne toegevingen doen aan christelijk rechts, maar positioneerde zich als president meer in het centrum. Volgens mij doet Bush jr. het omgekeerde. Tijdens zijn campagne schoof hij om electorale redenen naar het centrum op, maar als president schoof hij opnieuw naar rechts.

Het is opmerkelijk hoe hij zich in zijn regering omringde met figuren uit christelijk rechts: vice-president Dick Cheney, veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, justitieminister John Ashcroft en zijn raadgevers Karl Rove en Marvin Olasky komen allen uit die hoek. Dat zie je in het beleid, met name in de positieve opstelling van Washington tegenover Ariel Sharon.”

En wat met de neoconservatieve stroming waartoe vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz behoort?

“De neoconservatieven zijn weliswaar invloedrijk in academische kringen, maar hebben geen voetvolk, terwijl de volgelingen van christelijk rechts miljoenen stemmen opleveren.”

Toch schrijft u dat de hoogdagen voor christelijk rechts voorbij zijn. Paradoxaal, want je zou denken dat de terroristische aanslagen hun discours versterken.

“Voor die achteruitgang zijn twee redenen. Na de aanslagen van 11 september begingen de evangelisten Falwell en Robertson de fenomenale blunder die te duiden als een straf van God voor het zondige Amerika. Als staaltje van hoe die predikanten de gevoelens van de natie verkeerd inschatten, kon dat tellen. Tienduizenden keerden hen toen de rug toe.

Ik zie nog een tweede reden: die predikanten beleefden hun hoogdagen toen Bill en Hillary Clinton het Witte Huis bevolkten. De haat tegen alles waarvoor de Clintons stonden, versterkte hun aanhang. Tegen iemand zijn heeft altijd meer werfkracht dan voor iemand zijn.”

Veel waarnemers zien Ameríka en Europa uit elkaar groeien. U ook?

“Zeker. En het zijn de Amerikanen die van ons weg groeien. Zolang de politiek van de VS door mensen uit kosmopolitisch Amerika werd gedomineerd, van Franklin D. Roosevelt tot John F. Kennedy, zelfs tot Richard Nixon, deelden de Europese landen en de VS eenzelfde waardepatroon. Nu voel je dat in de VS anders wordt gedacht: Amerika voor alles. Terwijl Europa seculariseert, zetten de VS de scheiding tussen kerk en staat steeds meer op de helling.”

Zijn de VS immuun voor fascisme?

‚‚Invloedrijke columnisten als Charles Krauthammer triomferen telkens als extreem-rechts in Europa schoort. Amerika is daar nooit voor bezweken, zegt hij. Maar Europees extreem-rechts, dat traditioneel anti-Amerikaans was, heeft met dit Amerika wel een aantal raakpunten: denk maar aan de politiek pro-Sharon, de harde bestraffing van de misdaad, de veroordeling van cultuurvermenging.”

U schrijft het niet met zoveel woorden, maar u vindt Bush een gevaarlijk man.

“Inderdaad. Niet in de eerste plaats om zijn onwetendheid, al is die ongelooflijk. Tijdens een radioprogramma bleek hij niet eens te weten hoe de president van Pakistan heet en of Italië nu al dan niet een bondgenoot van Amerika is. Voor zijn presidentschap was hij welgeteld twee keer buiten Amerika geweest. Maar die onwetendheid, gecombineerd met zijn entourage die uit haviken bestaat, en de militaire almacht van zijn land, zijn een gevaarlijk mengsel.”

Slotvraag: wanneer vallen de VS Irak aan?

“Nog voor de zomer. Voor Bush spelen persoonlijke redenen mee: hij wil het werk van zijn vader afmaken en wraak nemen op Saddam Hoessein. Mensen als Defensieminister Donald Rumsfeld en defensie-adviseur Richard Pearle zijn er dan weer op uit om een Amerikaanse alleenheerschappij te vestigen. Voorts willen de VS de politieke controle verwerven over de energiebronnen van het Midden-Oosten. Wachten tot volgende winter, zoals sommigen zeggen, heeft geen zin. Het is veel te duur die tienduizenden militairen zo lang in de Golf te houden. Uitstel betekent voor Bush alleen politiek gezichtsverlies.”

Jan De Volder – Tertio, 22 januari 2003